Het verblijf

Voor een Witbuikegel is een verblijf van 100 centimeter breed en 50 centimeter diep het absolute minimum. Groter is altijd beter! Witbuikegels kunnen 4 kilometer per nacht rennen en zijn erg actief. Er moet dus genoeg ruimte zijn om het natuurlijk gedrag te kunnen uiten en gelijkertijd moet er ook voldoende ruimte zijn voor alle toebehoren die in het hok moeten worden geplaatst. Wij adviseren daarom verblijven van minimaal 120×50 centimeter of een gelijkend oppervlak.

Qua materiaal kun je gaan voor een glazen of houten verblijf, maar in elk geval geen traliekooi. Deze houden namelijk geen warmte vast en dat gaat in glazen of houten verblijven een stuk makkelijker. Ook kunnen egels wel klimmen, maar komen ze ook makkelijk vast te zitten tussen de tralies of vallen gemakkelijk naar beneden omdat ze niet naar beneden kunnen klimmen. Een terrarium van hout of glas is dus de beste optie.

Loopwiel of freeroam

Omdat Witbuikegels zo actief zijn in de nacht en je ze niet zomaar 4 kilometer kunt laten rennen in hun hok, is aanvullende mogelijkheid om energie kwijt te kunnen een absolute must. Dit kun je op verschillende manieren oplossen. Een loopwiel in het verblijf is de meest gangbare oplossing en de meest makkelijke. Een loopwiel met een diameter van minimaal 30 centimeter, die gemaakt is van plastic en geen sleuven of spijlen bevat is het beste. De pootjes van Witbuikegels maken namelijk geen eelt aan en wondjes komen dus best veel voor bij loopwielen met een ruw oppervlak. Bij sleuven en spijlen kunnen de pootjes tijdens het lopen vast komen te zitten met alle gevolgen van dien, dat is dus zeker beter om te voorkomen dan te genezen! En ze laten vaak hun ontlasting en urine lopen tijdens het rennen op een loopwiel, dus plastic is een stuk handiger schoonmaken! Een houten gelakt loopwiel kan dus ook, als het loopoppervlak glad genoeg is. Maar deze zal waarschijnlijk wel minder lang mee gaan dan een plastic loopwiel.

Natuurlijke huisvesting

Mocht je jouw nieuwe egel liever op een natuurlijkere manier huisvesten, dan kun je hier al rekening mee houden met het verblijf én het loopwiel. Een houten verblijf met een houten gelakt loopwiel of een plastic loopwiel in een neutrale kleur lijkt al heel anders dan een glazen terrarium met een felroze loopwiel. Het hout in een houten terrarium makt ook nog eens dat de egel zich sneller op zijn gemak voelt omdat de zijkanten niet zo open voelen. De egel zal daardoor wat makkelijker natuurlijk gedrag laten zien.

Ook in de bodembedekking kun je hier rekening mee houden, door bijvoorbeeld een bodemmix te maken van speelzand en potgrond of cocopeat (1 deel zand op 2 delen grond). Zorg bij potgrond wel altijd dat het vrij is van meststoffen en pesticiden. Hier kun je eventueel nog gedroogde bladeren aan toevoegen (eerst 24 uur in de diepvries nadat je ze goed gespoeld hebt, of koop ze kant-en-klaar in de winkel) en stukjes boombast en hooi. Als decoratie kun je aquariumhout en stenen gebruiken en misschien wat planten. Tillandsia, sansevieria en carex gras worden veel gebruikt, maar zijden nepplanten kun je ook gebruiken. Let hierbij wel goed op dat er geen scherpe delen aan de bladeren of stammen van de nepplanten zitten.

Als je het ook nog bioactief wilt maken, kun je na het maken van de bodem en het decoreren een aantal beestjes toevoegen. Hierbij moet je wel rekening houden dat je eens per maand ongeveer 1/3 deel moet vervangen om te voorkomen dat ammoniak zich gaat ophopen en om de bodem luchtig te houden. En daarnaast kan je egel er dan pas na minimaal 2 maanden in gehuisvest worden, zodat ze beestjes de kans hebben om zich te settelen en voort te planten. De meest gebruikte beestjes hiervoor zijn gekweekte pissebedden (geen tropische), buffalowormen, springstaartjes en rozenkevers.

Als je een bioactief verblijf onderhoudt zul je regelmatig het verblijf moeten sproeien om de planten en beestjes in leven te houden. Ook zul je af en toe de beestjes wat extra moeten voeren. Wekelijks het verblijf op een vaste dag sproeien in de ochtend en diezelfde ochtend wat groente of fruit in het verblijf leggen (paprika, banaan, appel, oid) is genoeg.

Bodembedekking

Witbuikegels hebben een stofarme, droge bodembedekking nodig. Dat lijkt bij een natuurlijke huisvesting niet het geval, maar met een juiste mix zoals hierboven omschreven kan een Witbuikegel prima leven. Alleen cocopeat of potgrond is uiteraard wel te stoffig voor ze. Als je geen natuurlijke bodemsubstraat wilt, dan kom je al gauw uit op papierpellets, stofarm zaagsel, fleece of katoenbedding of papierbedding uit. Omdat vlas, maïskorrels, houtsnippers en karton te hard en scherp zijn, kunnen ze de uitpuilende oogjes van een Witbuikegel beschadigen. Dit soort bodembedekkers worden dus niet aangeraden om te gebruiken.

Nestmateriaal kan worden geboden indien je geen gebruik maakt van een slaapzakje. Klein geknipt hooi, papierbedding, fleece, gedroogde bladeren en katoenbedding zijn hier prima opties voor. Als je zaagsel gebruikt is nestmateriaal over het algemeen niet nodig.

Decoratie

Nadat je de basis hebt gemaakt in het verblijf, wil je misschien het verblijf wat opleuken met decoratie. Dit kan door middel van zijden planten of plastic planten. Let hierbij wel op dat er geen scherpe delen aan de planten zitten die de ogen kunnen beschadigen. Ook kun je aquariumhout gebruiken of hout van fruitbomen, om een meer natuurlijke inrichting aan te houden. Bij fruitbomen van buiten geldt dan wel, dat de takken in ieder geval 24 uur lang in de diepvries moeten om eventuele parasieten en bacteriën te doden. Uitkoken van het hout is ook een mogelijkheid, maar dit tast de structuur van het hout wel aan, waardoor het wellicht minder lang mee gaat.

Ook stenen kunnen goed gebruikt worden als decoratie en om tussenverdiepingen te maken. Witbuikegels zijn weliswaar geen echte klimmers, ze kunnen prima op minder steile hellingen klimmen. Lavastenen zijn hierbij ideaal om de nageltjes op een natuurlijke wijze bij te houden. Maar ook veel andere steensoorten zijn geschikt. Keien van buiten zullen eerst ofwel 24 uur in de vriezer moeten of worden uitgekookt voordat ze in het verblijf geplaatst worden.

Voer en water

Dieren moeten volgens de Wet Dieren altijd beschikken over vers water en voer. Het water kan worden aangeboden in keramieken of stenen schalen, die moeilijk om te kiepen zijn door de egels. Plastic bakken worden hiervoor niet aangeraden en zijn eveneens lastiger schoon te houden. Eens per week moet de waterschaal of waterbak worden uitgekookt om bacteriegroei tegen te gaan.

Het voer bij een Witbuikegel ligt echter anders. Witbuikegels zijn echte nachtdieren en hebben daardoor geen constante beschikking tot voer nodig. Hierdoor kun je het best in de avond voeren, maar voordat het donker wordt in het verblijf  (zie kopje ‘warmte en licht’). Zorg er voor dat ze genoeg voeding hebben tot aan de volgende ochtend wanneer het weer licht wordt. Doorgaans is 20 gram brokken hiervoor voldoende. Overvoeding kan schadelijk zijn voor Witbuikegels, doordat ze erg gevoelig zijn voor overgewicht en obesitas. Ze kunnen hierdoor uiteindelijk diabetes type 2 ontwikkelen. Voer dus liever ook niet meer dan dat, maar pas de voeding aan op de behoefte (zie hoodstuk ‘voeding’). Gebruik voor de brokken ook een keramieken of stenen bak of schaal die moeilijk omgekiept kan worden door een Witbuikegel. Ook deze bak of schaal moet eens per week worden uitgekookt om bacteriegroei te voorkomen.

Daarnaast is een Witbuikegel een insecten– en vleeseter, waarvoor een derde bak of schaal nodig is, afhankelijk van het dieet dat je van plan bent aan te houden. Indien je levende insecten voert, kan het voor de egel juist fijn zijn om hiervoor géén bak te gebruiken. De egel zal dan middels zijn natuurlijke jachtinstinct naar voer moeten zoeken.  Bij vlees of insecten uit de diepvries, is een bak wel noodzakelijk, om te voorkomen dat resten in de bodembedekking komen en gaan rotten. Dit kan zorgen voor vliegenbesmetting in het verblijf of schimmel– en bacteriegroei. Maak na elke vleesmaaltijd of maaltijd met diepgevroren prooidieren, de voederbak goed schoon.

Eventuele groente en fruit, indien dit gevoerd wordt, is optioneel. Witbuikegels eten in de natuur slechts weinig plantaardig voedsel en dus wordt dit gezien als snack en niet als onderdeel van het basisdieet. Afhankelijk van de bodembedekking kan een bak of schaal hiervoor nodig zijn; bijvoorbeeld wanneer gebruik wordt gemaakt van een losse bodembedekking. Maak ook deze schaal na elke fruit- of groentemaaltijd goed schoon.

Speelgoed

Witbuikegels kunnen baat hebben bij speelgoed. Van nature zijn het niet perse spelende dieren, maar doordat Witbuikegels tot 4 kilometer per nacht kunnen rennen, hebben ze veel beweging nodig. Om die beweging op te vangen en te zorgen voor extra prikkels, is speelgoed een goede mogelijkheid om stereotiep gedrag te voorkomen (zie hoofdstuk ‘Gedrag’). Enkele voorbeelden van veilig speelgoed voor Witbuikegels zijn:

  • Knisperballen
  • In de lengte doorgeknipte toilet– of keukenrollen
  • PVC-buizen met een minimale diameter van 8 cm
  • Mintsticks
  • Snuffelmatjes van fleece
  • Pluche knuffels

Natuurlijk zijn er nog veel meer mogelijkheden te bedenken! Let er vooral op bij het kopen van speelgoed, dat er geen sleuven in zitten waarin pootjes of de neus in kunnen blijven steken en vast komen te zitten. Je kunt veel van dit onveilige speelgoed echter veilig maken door een laagje fleece er omheen te maken.

Warmte en licht

Witbuikegels zijn gevoelig voor temperatuur, maar ook zeker voor het aantal lichturen. Bij weinig lichturen per dag kan een egel in winterslaap proberen te gaan. Omdat dit vaak te snel en niet gecontroleerd gebeurd in gevangenschap, kan de egel hierbij in shock geraken en komen te overlijden. Daarom zijn licht en warmte misschien wel de meest belangrijke factoren om rekening mee te houden bij de huisvesting van een Witbuikegel.

Voor de temperatuur kun je het beste een keramische warmtelamp gebruiken in een keramische fitting. Deze lampen kunnen heel erg heet worden, dus deze lampen kun je niet gebruiken in een plastic fitting. De fitting sluit je vervolgens aan op een thermostaatregelaar, die zorgt dat de temperatuur zo stabiel mogelijk blijft. Je kunt hem instellen op een temperatuur vanaf 22 graden Celsius tot maximaal 25 graden Celsius. Een thermostaatregelaar heeft altijd een meetgraad van 1 of 2 graden Celsius, wat wil zeggen dat het altijd 1 of twee graden kouder en warmer wordt dan de ingestelde temperatuur. Daarom mag je een thermostaatregelaar niet kouder instellen dan 22 graden Celsius, zodat het nooit kouder wordt dan 20 graden Celsius. En mag je de thermostaatregelaar ook niet warmer instellen dan 25 graden Celsius, zodat het niet warmer wordt dan 27 graden Celsius.

In de winters blijft het hierdoor warm genoeg voor ze en in de zomer gaat de lamp automatisch uit als het warm genoeg is. In de zomer hoef je echter weinig moeite te doen om de temperatuur omlaag te krijgen; omdat Witbuikegels van nature in de halfwoestijn van de Sahara voorkomen zijn ze hitte erg goed gewend. Tenzij de temperatuur boven de 33 graden Celsius dreigt te komen, hoef je dus eigenlijk niks te doen. Mocht het toch warmer dreigen te worden is een bevroren fles water bovenop het verblijf vaak al voldoende. Zet hierbij de keramische lamp wel uit, anders heb je kans dat door de plotselinge koelte, de lamp toch weer aan slaat. Let bij het nemen van maatregelen in de zomer vooral goed op of de egel echt moeite krijgt met de warmte. Vaak slapen ze meer, drinken ze meer en eten ze minder. Ook slapen veel egels in de zomer niet meer in hun schuilhuisjes, maar los in de bodembedekking. Dit is een goede indicatie om te zien of ze het te warm krijgen en je maatregelen moet treffen.

Voor Witbuikegels is een stabiel dag– en nachtritme essentieel. Dat wil zeggen dat een onstabiel ritme veel nadelige gevolgen kan hebben. Bij te weinig lichturen per dag, kan een Witbuikegel proberen in winterslaap te gaan. Vaak gebeurd dit te snel, zonder voldoende voorbereiding om een dergelijke winterslaap goed door te komen en gaat hun lichaam in shock. De organen schakelen dan één voor één uit. Daarbij begint het met de niet-essentiële organen zoals de nieren en lever, voordat de belangrijkere organen worden uitgeschakeld. Uiteindelijk stoppen dan ook het hart en de longen en overlijdt de egel. Dit geldt ook voor te lage temperaturen, maar ook zeker bij onstabiele dag– en nachtritmes. Wanneer organen eenmaal zijn stopgezet, kunnen ze vaak wel weer opnieuw worden opgestart door de egel goed, langzaam op te warmen. Te snel opwarmen kan namelijk ook zorgen voor meer problemen, waardoor de egel alsnog overlijdt. Maar als organen eenmaal zijn uitgeschakeld door zo’n shock, hebben de organen vaak al een zuurstoftekort ontwikkeld, waardoor permanente schade kan zijn aangericht. Voorkomen is dus beter dan genezen!

Een goed dag– en nachtritme is gelukkig makkelijk te regelen. Een simpele LED-strip of LED-lamp is al meer dan voldoende als lichtbron. Je mag natuurlijk ook een daglichtlamp gebruiken, deze zijn ook geschikt. De lamp sluit je aan op een timer, waarmee je de timer zo instelt dat de lamp minimaal 11 uur per dag brand en maximaal 13 uur per dag.