Egelkamer

De egelkamer wordt jaarrond tot minimaal 21 graden Celsius verwarmd, zelfs midden in de koude winter zodat ze nooit te koud verblijven. In andere seizoenen is het tussen de 23 en 27 graden Celsius. Dit verschil is voornamelijk veroorzaakt door extreem warme zomers, waardoor de temperatuur in de zomer sneller kan oplopen.
In de winter wordt er wanneer nodig gebruik gemaakt van extra verwarmingselementen om de kamer in zijn geheel te verwarmen. Want ook tijdens het hanteren, kunnen de dieren snel afkoelen en dat willen we voorkomen. Daarom worden kennismakingsgesprekken meestal in de egelkamer gehouden en niet in de woonkamer, waar de temperatuur in huis kouder kan zijn.

Huisvesting

De egels verblijven in hokken van minimaal 100 centimeter breed en 50 centimeter diep. Zogende moeders kunnen tijdelijk kleiner gehuisvest worden, omdat ze weinig gebruik maken van de ruimte tijdens de zoogperiode en dan beter focussen op de jongen. De dames worden in een groep gehouden, in een verblijf van ca. 340 centimeter breed en 60 centimeter diep.
Loopwielen gebruiken wij bijna niet, omdat de egels regelmatig vrij rond kunnen lopen in de veilige, verwarmde egelkamer die op zulke momenten wordt ingericht als dierverblijf compleet met schuilplekken, speelgoed, voer- en waterbakken en overige toebehoren.

Voeding

De egels krijgen Smilla kitten als dagelijks voer, waarin we geen verschil maken tussen volwassen dieren, zogende dieren of jonge dieren, omdat na jaren ervaring is gezien dat dit weinigverschil maakt. Smilla kitten is een kleine brok met een goede eiwit en proteïne verhouding, met relatief veel vlees. Het is makkelijk om op te kauwen en het valt bij de egels goed in de smaak.
Daarnaast krijgen de egels regelmatig insecten, vlees, ei en vis om hun dieet zo gevarieerd mogelijk te maken. Fruit en groente krijgen de egels weinig tot niet. Witbuikegels missen de enzymen die cellulose verteren en plantaardig voedsel is daarom niet aan te bevelen in grote hoeveelheid.

Verzorging

Elke zes tot twaalf maanden worden de egels getest op glocuselevels via hun urine. Zo kunnen we onder andere diabetes bij egels vroeg spotten en behandelen. Gelukkig is dit erg zeldzaam bij egels.
Daarnaast doen we elke 3 maanden een ontlastingsonderzoek om te kijken of er parasieten aanwezig zijn. Dit doen we thuis, met behulp van onze eigen microscoop. Zo hoeven we niet preventief te behandelen en kunnen we toch op tijd zijn bij een uitbraak. Eventuele bloedonderzoeken of verdere ingrepen laten we over aan een ervaren dierenarts.
In ons geval, zullen we uitwijken naar de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Bij kleinere ingrepen of basismedicatie zullen we genoegen nemen met een minder ervaren dierenarts in Hoogeveen of Wezep. We raden echter altijd aan om een goede dierenarts op voorhand te zoeken, zodat er bij problemen altijd tijdig hulp kan worden gezocht.